Concept €motie

Concept €motie

(Tekst: René Graafsma, mail@renegraafsma.nl, http://renegraafsma.nl
Postbus 79, 3738 ZM Maartensdijk, Telefoon: 035-5772266 / M. 06-48462230
en Martin van Rossum m.vanrossum@woekerprofi.nl).

Tweede Kamer der Staten-Generaal

___________________________________________________________________________

Vergaderjaar 2014 – 2015

xx xxxRegels voor de financiële dienstverlening (WFT)

Nr. xxxMOTIE VAN DE LEDEN ……………………………………………..

Voorgesteld …… (datum)

De Kamer, kennisnemend van:

  • Rapportages van de Autoriteit Financiële Markten over de stand van zaken Nazorg beleggingsverzekeringen (De resultaten van verzekeraars en adviseurs bij het helpen van hun klanten met een beleggingsverzekering per respectievelijk maart/juli, oktober en eind 2014 per 1 januari 2015)
  • Het ontwerp-Besluit van …….houdende regels met betrekking tot het aanzetten van cliënten met een beleggingsverzekering tot het maken van een weloverwogen keuze met betrekking tot die beleggingsverzekering (bij brief van de Minister van Financiën 9 maart 2015, Regels voor de financiële dienstverlening (Wet financiële dienstverlening)

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat de compensatie voor schrijnende gevallen sterk uiteenloopt in de akkoorden tussen verzekeraars en stichtingen, de met de ‘Ombudsman Financiële Dienstverlening’ overeengekomen versies van regelingen van in deze zelfstandige optredende verzekeraars en onderhandse geheime schikkingen tussen individuele polishouders en afzonderlijke verzekeraars (al dan niet onder dreiging van een formele klachtprocedure), waardoor alsnog vele duizenden mensen naar de rechter en vooral het klachteninstituut KiFiD zullen moeten en zullen gaan;

overwegende, dat bij onderzoek, de voormalige ‘Ombudsman Financiële Dienstverlening’, de heer J.W. Wabeke, persoonlijk heeft verklaard dat zijn Aanbeveling van 4 maart 2008 moet worden gezien als een AANBEVELING en niet als een NORM;

overwegende, dat bij onderzoek, is gebleken dat de voormalige ‘Ombudsman Financiële Dienstverlening’, de heer J.W. Wabeke, persoonlijk heeft verklaard dat zijn Aanbeveling van 4 maart 2008 niet bedoeld is voor gevallen van misleiding. Citaat: “En die mensen waren gewoon misleid. Die hebben dan recht op veel meer dan in de aanbeveling staat. Namelijk: terugdraaien van de hele overeenkomst. Want het is misleiding en zo staat het in het Burgerlijk Recht”;

overwegende, dat bij onderzoek, is gebleken dat de voormalige ‘Ombudsman Financiële Dienstverlening’, de heer J.W. Wabeke, persoonlijk heeft verklaard dat hij in het geheel niet aanwezig is geweest bij de onderhandelingen die hebben geleid tot de eerste overeenkomst tussen ‘De Stichtingen’ en de verzekeraar Delta Lloyd;

overwegende, dat in de praktijk blijkt dat de automatisering en administratie bij verzekeraars te vaak niet is berekend en in staat is tot een adequate uitvoering van de ‘Wabeke-methodiek’. Dit door de veroudering van de systemen en administraties, als ook door de fusies en overnames van verzekeraars onderling;

overwegende, dat bij gemeenschappelijke verklaring, de huidige ‘Ombudsman Financiële Dienstverlening’, de heer A.C. Monster, heeft gesteld het eens te zijn met “dat een nominale weergave van de (totale) kosten duidelijker is voor de consument dan een weergave in procenten per jaar”;

overwegende, dat er inmiddels vele zaken ter behandeling aan het KiFiD zijn aangeboden en dat er aldus een te waarderen bestand is van zaken waarin hoofdlijnen kunnen worden gezien, het functioneren van het KiFiD kan worden beoordeeld en waarbij, mede in en door aanhoudende gesprekken met begeleiders van de betreffende dossiers, door het KiFiD wordt gezocht naar werkzame procedures die de gang van zaken moet kunnen verbeteren;

overwegende, dat uit verstrekte informatie blijkt dat het zinvol is het functioneren van het klachteninstituut KiFiD te onderzoeken, in het bijzonder de maatstelling op de beoogde doelstellingen in verhouding tot de bereikte resultaten;

overwegende, dat in het bijzonder het van belang is de denkwijzen van de huidige Ombudsman A.C. Monster te onderzoeken nu blijkt dat er niet is ingegrepen ten aanzien van de tekortkomingen van de ‘Wabeke-aanbevelingen van 4 maart 2008’;

overwegende, dat een volgordelijke en /of gefaseerde en / of categoriale behandeling van zaken is voorgesteld, met rekenschap van de betekenis en bedoelingen van het toepasselijke Reglement van het KiFiD;

overwegende, dat er aan de Autoriteit Financiële Markten materiaal ter beschikking is gesteld waarmee de communicatie over en van de ‘Stichtingsakkoorden’ met de bij de ‘Stichtingen’ aangesloten consumenten op misleidende, ten minste verwarrende, kenmerken kan worden beoordeeld. En dat daarmee kan worden vastgesteld dat er niet kan worden gesproken over een ‘breed maatschappelijk draagvlag voor de akkoorden van de ‘Stichtingen’ en de betreffende verzekeraars’;

overwegende, dat er aan de Autoriteit Financiële Markten een verzoek is gedaan de inzichten over het ‘gratis hersteladvies door het intermediair’ te heroverwegen en de kwaliteit van verstrekte hersteladviezen te onderzoeken;

overwegende dat uit de rapportages van de Autoriteit Financiële Markten is gebleken dat de kwaliteit van verstrekte hersteladviezen te wensen overlaat;

overwegende, dat er aan de Tweede Kamer, vertrouwelijk, kennis is gegeven van voorbeelden van op het Nederlands Recht gebaseerde schikkingen met verzekeraars in individuele gevallen die kunnen gelden als generieke ‘voorbeeld zaken’;

overwegende, dat de Tweede Kamer, vertrouwelijk, is geïnformeerd over het feit dat er besprekingen en onderhandelingen gaande zijn, of waren, in relevante situaties die ook daadwerkelijk en feitelijk tot nieuwe en betere ‘generieke schikkingsakkoorden’ leiden door de interpretatie van het Nederlands Recht voorop te stellen en misbruik van ‘Het Recht’ te voorkomen;

overwegende dat de uitspraak vastgelegd in de brief aan de Tweede Kamer over het flankerend beleid dat “het recht zijn beloop moet krijgen en verzekeraars er van af dienen te zien zich te beroepen op ‘verjaring’ (FM/2011/9694 M d.d. 24 november 2011), massaal door verzekeraars wordt genegeerd;

overwegende, dat het op het aandringen van de Tweede Kamer wenselijk is dat de regering het initiatief neemt tot een bijeenkomst van verzekeraars, relevante consumentenvertegenwoordigers en te zake deskundigen op zo kort mogelijke termijn ten einde een alternatief voor de aanbeveling van 4 maart 2008 bespreekbaar te maken;

overwegende, dat er meerdere rekenmodellen zijn ontwikkeld waarmee de schade op een als een woekerpolis te kenmerken beleggingsverzekering in euro’s, dus nominaal, met variabele normen (afhankelijk van het product en de verzekeraar) op de grondslagen van een levensverzekering – sterfte, intrest en kosten –, dus met het buiten beschouwing laten van het beleggingsrisico, kan worden berekend;

overwegende, dat met de toepassing van de rekenmodellen de maat van het weerstandsvermogen van verzekeraars kan worden meegenomen door de projectie van de rekenmodellen op de betreffende portefeuilles. Dat daarmee direct rust in de markt kan worden gebracht en verdere schade voor de consument door nodeloze oversluitingen kan worden voorkomen;

overwegende, dat met de berekeningen volgens het model ‘nieuw voor oud’ (lage verzekeringstechnische kosten, moderne sterftetafels, lage fondsbeheerskosten) de beleggingsverzekeringen als overeenkomst niet behoeven te worden verbroken, zoals door de heer Wabeke als recht gedefinieerd, maar kunnen worden hersteld en omgevormd om vrij te komen van de ‘woekerpolis-productgebreken’;

overwegende, dat met het waardeherstel van de betreffende polissen er een verantwoorde verbetering van de vermogenspositie van consumenten en huishoudens mogelijk is waardoor een mogelijke verdere verbetering en herstel van het economisch vertrouwen eveneens mogelijk is;

overwegende dat met dezelfde methodiek van waardeherstel ook voor reeds geëxpireerde of voortijdig afgekochte polissen een redelijke en billijke compensatie kan worden berekend, waartoe volgens de heer Wabeke de verzekeraars bij wijze van zorgplicht al sinds de jaren 2001 – 2004 verplicht waren (vergelijk zijn Aanbeveling Opmaat Hypotheek);

constaterende, dat er nog een beperkt zicht bestaat op de financiële gevolgen van talrijke en omvangrijke verhaalsacties van consumenten die voort zullen komen uit de individuele en collectieve rechtstoepassing;

constaterende, dat er nu voldoende materiaal, dossiers en alternatieve modellen beschikbaar zijn waarmee compensaties kunnen worden bereikt zonder bedreigingen van ‘het systeem’ en waarmee aan de rechten van de consumenten op passende wijze kan worden tegemoetgekomen;

  1. verzoekt de regering de Autoriteit Financiële Markt op te dragen de maatschappelijke en financiële consequenties van de nu bekende informatie en toepassing van de voorgestelde oplossingen in kaart te brengen;
  2. verzoekt de regering de Autoriteit Financiële Markt op te dragen het model ‘nieuw voor oud’ als maatstaf te gebruiken bij de beoordeling van de kwaliteit van hersteladviezen;
  3. verzoekt de regering het ontwerpbesluit beleggingsverzekeringen in dier voege te wijzigen dat hersteladviezen een terugwerkende kracht krijgen tot aan de datum dat verzekeraars dienden te voldoen aan hun zorgplicht productgebreken te verhelpen en de Autoriteit Financiële Markt op te dragen hierop toe te zien;
  4. verzoekt de regering het ontwerpbesluit beleggingsverzekeringen in dier voege te wijzigen dat de methodiek van hersteladvisering ook kan worden toegepast op reeds geëxpireerde of voortijdig afgekochte polissen teneinde een redelijke en billijke compensatie vast te kunnen stellen voor door productgebreken ondervonden financiële schade en de Autoriteit Financiële Markt op te dragen hierop toe te zien;
  5. verzoekt de regering het initiatief te nemen tot een bijeenkomst van verzekeraars, relevante consumentenvertegenwoordigers en ter zake deskundigen op zo kort mogelijke termijn ten einde een alternatief voor de aanbeveling van 4 maart 2008 bespreekbaar te maken op basis van het model ‘nieuw voor oud’

en gaat over tot de orde van de dag.

Namen leden.

Downloadversie: Concept €motie in zake het beleid beleggingsverzekeringen RG_MvR april 2015 (2)